Paddy on tour

Al jaren gaan wij in de zomervakantie in Nederland op vakantie, omdat de honden dan makkelijk mee kunnen. Het valt niet mee om in de zomer een opvang adresje te vinden en we zijn niet zo dol op pensions. Nu we maar één hond hebben en omdat het vorige hotel avontuur best goed verliep, hebben we de sprong gewaagd. Na een startweek in Texel gingen we twee weken met Paddy on tour via Duitsland en Denemarken naar Zweden.

Met de hond naar Zweden kostte even wat voorbereiding. Er is een rabiës-enting nodig en je moet de hond aanmelden bij de douane. De regels voor honden in de auto zijn in Zweden nogal specifiek. Zo mag de hond in de kofferbak, op voorwaarde dat je hem kunt zien, in een bench. Op de achterbank moet de hond met een hondengordel vast zitten. Ook zijn er minimumeisen met betrekking tot de ruimte die de hond moet hebben tijdens de reis: 1,10 cm x de lengte van de hond (gemeten van puntje van zijn neus tot puntje van zijn staart) , 2,5 cm x de borstbreedte van de hond. En: de hond moet normaal kunnen staan, zonder zijn kop te stoten.

Zo kan het gebeuren dat Paddy in de auto de meeste ruimte had van iedereen, in de gordel op de hele achterbank. Ik kan je vertellen dat hij zich als een prins heeft laten rondrijden, die veertien dagen. Met zijn kop hangend tegen de deur, neuzen makend op het raam, met zijn snor kriebelend in de nek van de chauffeur, en zelfs achterstevoren zittend met zijn kont tegen de voorstoel aan. Want ja, het is een lange reis, dus je moet wel een beetje variëren.

In acht verschillende hotels hebben we gelogeerd, daarnaast nog vijf dagen in een huisje in het bos. Het ene hotel is wat beter geschikt voor honden dan het andere. Er waren hotels waar de hond niet welkom was bij het ontbijt, behalve op het terras. Soms mocht de hond niet bij het ontbijt zijn, maar ook niet alleen in de kamer blijven. In het eerste hotel kwam het speciale verzoek om de hond wél mee te brengen naar het ontbijtbuffet ‘want de kok vindt dat zo leuk’ (en dat was inderdaad zo).
Meerdere keren zaten we in een bijgebouw van het hotel vanwege de hond, één keer in een gehandicapten kamer (want lekker groot). Vaak beneden, maar ook een keer op zolder van een oude boerderij, zonder lift. Traplopen is iets wat Paddy deze vakantie trouwens veel heeft geoefend, omdat hij anders in de auto moest slapen. En dat moet je natuurlijk niet willen. Naar boven gaat beter dan naar beneden. En als het om een trap gaat waar je doorheen kunt kijken (zoals een keer in een restaurant), dan zat er niets anders op dan hem te dragen. Nu maar hopen dat hij thuis vergeten is dat hij kan traplopen…

Verder is het ene hotel gehoriger dan het andere. Paddy blaft normaal gesproken weinig, alleen één woef als er iemand aan de deur is thuis. In een hotel hoor je zoveel mensen langslopen, dat het als hond lastig is om je mond te houden, nacht of geen nacht. Als je hem dan berispt, blaft hij niet meer echt, maar zegt hij binnensmonds steeds ‘Noef!’, Uit protest.
Eén keer blafte hij terecht: er werd hard op de deur gebonsd en geschreeuwd: Alles in Ordnung? Had het baasje aan het alarm touwtje op het toilet getrokken…

Nadeel van met je hond op pad in de zomer is toch wel dat je hem nooit in de auto kunt laten. Dus overal waar je gaat koffie drinken of eten is hij er bij. En dan is Paddy opeens toch wel erg groot. We zoeken de restaurants dus uit op ruime plekken en grote terrassen met stevige tafels. Gelukkig barst het in Zweden van de koffie- en theetuinen met picknickbanken. Ideaal! En de hond is overal welkom. De waterbak voor de hond is er altijd eerder dan het biertje voor het baasje.
Verder heeft Paddy veel terrastraining gehad. Dus met een paar lekkertjes bij de hand, gaat hij heel lief liggen. Nou ja, het gaat perfect mits:
-er geen achtergelaten patatjes  onder tafel liggen (of nog erger: onder de buurtafel)
-er geen drukke, leuke andere hond een tafel verderop ligt te sjansen
-er niemand lief tegen hem praat. En dat gebeurde best vaak. Vooral als dat in het Zweeds gebeurt, zijn de rapen gaar. Want het grappige is, op de één of andere manier triggert de Zweedse manier van spreken Paddy enorm. Ik weet niet wat het is, de toon is melodieus, wat zangerig, misschien is dat het? Paddy wordt er in elk geval helemaal hyped van. Ook als mensen niet eens tegen hem praten, maar tegen elkaar, als het in het Zweeds is, gaat hij al kwispelen.
-als mensen met hem op de foto willen

Verder is een goede exit strategie essentieel: van tevoren bedenken hoe je het restaurant gaat verlaten. Welke route is het meest strategisch, wie rekent er af en wie gaat alvast naar buiten. Opstaan en meteen gaan, zodat de hond niet meteen in de verleiding komt om bij de verschillende tafeltjes nog even te gaan buurten.
Zo hebben we ook een incheck-strategie in de hotels. Want we leerden van de eerste keer dat het na een lange reis niet ontspannen inchecken is in een kleine, volle lobby met springende hond, koffers, tassen en veel aandacht. 

Wat heel apart was: we hebben in Zweden geen enkele andere OES gezien. Toch is het ras er wel bekend. Paddy had heel veel bekijks op straat en echt iedereen wist de naam van het ras: Old English Sheepdog. Dat is weer wat anders dan steeds Samson te horen. 

Conclusie: Zweden is een perfect vakantieland om met je hond naar toe te gaan. Je kunt er ook prachtig wandelen, overal mag de hond mee het bos in (wel aangelijnd). Niet op alle stranden zijn honden toegestaan, maar op voldoende plekken mag hij gewoon mee. 

Vandaag is de laatste vakantiedag. Morgen doen we nog een lange wandeling en dan is het uit met de pret. Paddy is inmiddels helemaal moe gereisd. Hij ziet er verfomfaaid uit, zijn sik is niet meer helemaal fris en hij gaat steeds langzamer lopen. Elke keer in en uit die auto is ook nogal vermoeiend blijkbaar. Waarschijnlijk heeft hij een week nodig om bij te slapen. Maar leuk was het zeker. Volgend jaar weer Paddy?