- Miranblogt
- Posts
- Zus
Zus

Toen onze lieve Olle over de Regenboogbrug ging, was Diggle heel erg alleen. We hebben het helaas al heel vaak meegemaakt. Behalve je eigen verdriet, is er altijd het verdriet van de hond die achterblijft. We hadden honden die weken op een stoel voor het raam op de uitkijk zaten. Of bij de voordeur, wachtend op een schat die nooit meer zou komen. Honden die de eetlust verloren, niet wilden spelen of niet alleen konden zijn. Daarom hadden we ons voorgenomen: als we Olle moeten laten gaan, dan zorgen we dat Diggle erbij is. Zodat hij weet wat er gebeurd is en niet vergeefs op grote broer gaat zitten wachten. Maar niets gaat zoals je het van tevoren bedenkt. Het was Coronatijd en het was al bijzonder dat we zelf bij het inslapen aanwezig mochten zijn. Dus uiteindelijk gingen we weg met Olle en kwamen we terug bij Diggle met een lege riem.Gek genoeg wist Diggle het meteen. Hij snuffelde even aan ons, likte onze handen. Je kon bijna voelen dat hij het begreep. Hij heeft dan ook nooit de indruk gewekt dat hij Olle nog verwachtte. Hij zat niet voor de deur, keek niet uit het raam en is gewoon blijven eten. Maar hij was wel alleen. Hoe we dat merkten? Het werd heel lastig om weg te gaan zonder een hond tussen de deur te hebben. Hij denderde je omver in de gang als je naar buiten wilde gaan. En als je terugkwam werd je begroet alsof je zes weken weg was geweest, ook al was je even een boodschap doen. Er waren geen grote problemen zoals blaffen, janken of dingen stuk maken. Maar je merkte gewoon: hij mist gezelschap.We vonden het nog te vroeg voor een nieuwe hond. Een hond die je jaren gehad hebt kun je sowieso niet vervangen. Dus wat te doen? Uiteindelijk besloten we weer een kat te nemen. Een zusje als gezelschap voor Diggle. Een lapjespoes, geboren op de manege. We namen hiermee wel een risico, gezien het feit dat Diggle katten tijdens wandelingen graag wilde opjagen. En een Newf die achter een kat aanjaagt in de woonkamer, dat moet je niet willen. En ook het verschil in grootte was een punt van zorg. Dus we zijn heel voorzichtig gestart: poes de eerste dag een paar uur in een kooitje op tafel. En later de poes in de bench als we niet thuis waren.Gelukkig blijkt poes gezegend met een flink temperament en een grote dosis zelfvertrouwen. Vanaf dag één is de rolverdeling duidelijk: poes is de prinses op de erwt en Diggle haar beschermer. Alles kan ze bij hem maken. Ze geeft hem kopjes en duwt als een sloerie haar staart onder zijn neus als hij ligt te slapen. Ze drinkt uit zijn bak. Ze gebruikt zijn kop als springplank naar tafel of kast. Ze hangt in zijn staart, krabt aan zijn poten en slaapt tegen hem aan. Aan de andere kant moet zij accepteren dat Diggle haar wast met zijn enorme tong, waardoor ze er soms letterlijk en figuurlijk uitziet als een verzopen kat. Maar dat is een kleine prijs voor het hebben van zo’n grote vriend.Als Diggle weer eens wordt belaagd als hij ligt te slapen, zie je soms één oog open gaan, even kijken, en dan langzaam weer dicht zakken. Eén keer ging het bijna mis: in een staat van algehele ontspanning rolde Diggle van de ene op de andere kant, en daarmee bovenop poes die tegen hem aan lag te slapen. Poes was ernstig beledigd, kwam onder Diggle uitkruipen en ging zich driftig zitten wassen. En de grote vriendelijke reus? Die snurkte nog even verder…